Uitleg over de 11 Functionele Gezondheidsproblemen van Gordon
|
Iedere verpleegkundige kent Gordon en de 11 Gezondheidspatronen. Niet iedere verpleegkundige is op de hoogte van de inhoud van de verschillende onderdelen van het classificatiemodel.
De
functionele gezondheidspatronen van individuele patiënten, gezinnen en
buurten/wijken ontstaan vanuit de wisselwerking tussen patiënt en omgeving. Elk
patroon brengt de lichamelijke, geestelijke en sociale integratie tot
uitdrukking. Geen enkel patroon kan zonder kennis van de andere patronen worden
begrepen. De functionele gezondheidspatronen worden beïnvloed door
lichamelijke, ontwikkelingsbepaalde, culturele, sociale en spirituele factoren.
Bij ziekte kunnen dysfunctionele gezondheidspatronen optreden. Ook kunnen dysfunctionele gezondheidspatronen tot ziekte leiden.
Of
een patroon functioneel of dysfunctioneel is, kun je bepalen door gegevens uit
je beoordeling te vergelijken met een of meer van de volgende:
-
a individuele uitgangswaarden
-
b vaste normen voor leeftijdsgroepen en/of
-
c culturele, sociale of andere normen.
Elk
patroon wordt beoordeeld in de context van andere patronen en zijn bijdrage aan
een optimaal functioneren van de beoordeelde patiënt.
1)
Patroon van gezondheidsbeleving en -instandhouding
Het
patroon van gezondheidsbeleving en -instandhouding omvat wat de patiënt van
zijn gezondheid en welzijn vindt en hoe hij voor zijn gezondheid zorgt. Het gaat
om de wijze waarop de patiënt zijn gezondheid beleeft in relatie met zijn
huidige en toekomstige activiteiten. Daartoe horen ook de omgang met
gezondheidsrisico's en het algehele gezondheidsgedrag zoals activiteiten m.b.t.
de geestelijke en lichamelijke gezondheid, het opvolgen van gezondheidsvoorschriften
en de medewerking aan nazorg.
2)
Voeding/stofwisselingspatroon
Dit
patroon bevat de inname van vocht en voedsel in verhouding tot de fysiologische
behoeften, alsmede indicatoren van de plaatselijk aanwezige voedingsmiddelen.
Denk hierbij aan individuele eet- en drinkpatronen, de dagelijkse eettijden,
soorten en hoeveelheden geconsumeerd vocht en voedsel, voorkeuren voor bepaalde
voedingsmiddelen en het gebruik van voedings- en vitaminesupplementen. Ook
borstvoeding en het voedingspatroon van zuigelingen behoren tot dit patroon.
Verder vallen eventuele huiddefecten en het algemene vermogen tot genezing onder
dit patroon. Tot slot ook de toestand van huid, haar, nagels, slijmvliezen en
gebit, en lichaamstemperatuur, lengte en gewicht.
3)
Uitscheidingspatroon
Dit
patroon omvat de uitscheidingsfunctie van darmen, blaas en huid. Inbegrepen zijn
de subjectief beleefde regelmaat van de uitscheiding, eventueel gebruik van
laxantia of andere middelen om de ontlasting op te wekken en eventuele
veranderingen of problemen wat tijd, wijze, kwaliteit en/of kwantiteit van
uitscheiding betreft. Ook eventuele hulpmiddelen (catheter, plaswekker,
stoma-artikelen) vallen onder het uitscheidingspatroon.
4)
Activiteitenpatroon
Het
activiteitenpatroon omvat het geheel van lichaamsbeweging, activiteiten,
ontspanning, recreatie en vrijetijdsbesteding. Hieronder vallen alle ADL-activiteiten zoals wassen, kleden, koken, boodschappen doen, eten, werken en
het huishouden. Ook de soort, kwaliteit en kwantiteit van lichaamsbeweging en
regelmatig beoefende sport horen tot dit patroon. Daarnaast zijn inbegrepen
factoren die een belemmering vormen voor het gewenste of verwachte individuele
patroon, zoals neuromusculaire functiestoornissen, benauwdheid, pijn op de
borst of spierkrampen bij inspanning. Tot slot maken de vrijetijdsbesteding en
alle recreatieve activiteiten die de patiënt alleen of met anderen onderneemt,
deel uit van dit patroon. De nadruk ligt op activiteiten die van groot belang
zijn voor de patiënt.
5)
Slaap/rustpatroon
Dit
patroon omvat het patroon van perioden van slaap, rust en ontspanning verspreid
over het etmaal. Hierbij horen ook de subjectieve beleving van de kwaliteit en
kwantiteit van slaap en rust en de hoeveelheid energie, en eventuele
hulpmiddelen zoals slaappillen of bepaalde gewoontes voor het slapengaan.
6)
Cognitiepatroon
Het
cognitiepatroon omvat alle cognitieve functies. Tot de cognitieve functies
behoren waarnemen, informatie verwerken, leren, denken en problemen oplossen.
Ook zijn adequaatheid van zien, horen, proeven, voelen, ruiken en eventuele compensatiemechanismen
of prothesen relevant. De pijnzin en omgang met pijn vallen onder dit patroon,
en het taalvermogen, geheugen, oordeelsvermogen en de besluitvorming.
7)
Zelfbelevingspatroon
Het
zelfbelevingspatroon betreft de wijze waarop iemand zichzelf ziet. Ideeën over
de eigen persoon, de beleving van de eigen vaardigheden (cognitief, affectief of
lichamelijk), het zelfbeeld, de identiteit, het gevoel van eigenwaarde en het
algehele patroon van emoties. Lichaamshouding, motoriek, oogcontact, stem en
spraak maken deel uit van dit patroon.
8)
Rollen/relatiespatroon
Dit
patroon omvat de belangrijkste rollen en verantwoordelijkheden van de patiënt
in zijn huidige levenssituatie en zijn familie-, gezins-, werk- en sociale
relaties met de bijbehorende verantwoordelijkheden. Ook de subjectieve beleving
van de rollen en relaties, de tevredenheid van de patiënt ermee en eventuele
verstoringen horen tot het patroon.
9)
Seksualiteit/voortplantingspatroon
Het
seksualiteit/voortplantingspatroon omvat de seksuele relaties,
seksualiteitsbeleving en het voortplantingspatroon, en de mate van (on)tevredenheid
hiermee en eventuele subjectief ervaren problemen. Bij de vrouw zijn ook de
vruchtbaarheid, maturiteitsfase (premenopauze, overgang, postmenopauze) en
eventuele subjectief ervaren problemen van belang.
10)
Stressverwerkingspatroon
Het
stressverwerkingspatroon omvat de wijze waarop iemand in het algemeen met
problemen en stress omspringt. Inbegrepen zijn de reserve, de draagkracht of het
vermogen om persoonlijke crises te doorstaan, coping-mechanismen, steun van
familie of anderen en het subjectief ervaren vermogen om macht over de situatie
uit te oefenen.
11)
Waarden/overtuigingenpatroon
Dit
patroon omvat de waarden, normen, doelstellingen en overtuigingen waarop iemand
zijn keuzes en beslissingen baseert. Inbegrepen zijn wat iemand belangrijk acht
in het leven, en eventuele subjectief ervaren conflicten tussen bepaalde
waarden, overtuigingen of verwachtingen ten aanzien van de gezondheid.
|